1) Hondentaal
Het is soms heel lastig om te begrijpen wat honden precies bedoelen. Ze kunnen niet praten zoals wij, maar ze kunnen wel bijten, blaffen en grommen. Daardoor weet je vaak wel of de hond boos is. Maar hoe weet je nu of de hond blij of verdrietig is? Een hond kan dat niet zomaar vertellen. Honden praten niet zoals wij, maar met hun hele lichaam. We noemen dit ook wel lichaamstaal. Als je heel goed oplet, kun je dat zien. Maar dan moet je wel weten waar je naar moet kijken. We gaan kijken naar de hondentaal.
Educatieve inleidende vragen:
- Welke lichaamsdelen zie jij bij de hond?
- Welk lichaamsdeel hebben wij mensen niet en honden wel? ….. Een staart !!
- Wat laten ze zien, wat ‘vertellen’ ze ons allemaal met hun lichaam? … Wat ze willen, hoe ze zich voelen.
Mag ik deze hond aaien?
Als je buiten een (onbekende) hond tegenkomt en je wil de hond graag gedag zeggen of aaien, is het dan slim om dit zomaar te doen? …… Nee, want de hond weet niet wie jij bent en zou zomaar kunnen schrikken. Wat kun je beter eerst doen? Het vragen !!!
Er zijn drie regels:
- Eerst vragen aan je papa of mama.
- Dan aan het baasje, want die weet of het een lieve hond is.
- Dan aan de hond zelf natuurlijk! Hoe doe je dat? Je vraagt het in hondentaal:
- je steekt eerst rustig je hand uit.
- dan laat je de hond aan de bovenkant van je hand snuffelen (de snuffelkant).
- en dan ga je heel goed kijken wat de hond doet:
– Als zijn staart rustig heen en weer zwaait, vindt de hond het vaak goed (maar niet altijd! – kwispelen kan ook simpelweg betekenen dat de hond opmerkzaam is en de situatie aandachtig opneemt). Soms geeft de hond een likje op je hand. Zo zegt de hond dat je hem mag aaien.
– Als de hond niet geaaid wil worden, wil hij ook niet (lang) snuffelen en draait hij zich van je vandaan met zijn kop of helemaal.
Aaien, hoe vindt de hond dat fijn?
- Beter niet wilt over zijn kop aaien, dat vindt een hond niet fijn.
- Wel zachtjes naast de oren kriebelen. Daarna kun je verder aaien over de hals en de rug.
Wat doe je als je ouders er niet bij zijn? Dan mag je de hond nooit aaien, denk maar aan de drie regels!
- Animatiefilmpje/lied over hondentaal en ontmoeting hond op straat.
- Zelf een hondenmasker maken (hondenlied kan ondertussen afgespeeld worden) – try out foto’s.
- Met masker op meezingen en meebewegen als een hond tijdens de animatiefilm/lied!
- Overige lichaamstaal/signalen bekijken aan de hand van ‘snapshots’.
2) Bewust worden van persoonlijke bubbels en grenzen hond/mens
Persoonlijke ruimte onderzoeken en met je lichaamstaal aangeven (net als de hond) waar jouw grens ligt.
De hond vertelt dus in hondentaal precies hoe hij zich voelt. Wat hij wel leuk vindt en wat niet. Ook geeft hij aan of hij meer ruimte wil of juist dichtbij je of bij andere honden wil zijn. Een hond geeft hiermee aan wat zijn ‘grens’ is. Als je deze grens begrijpt, is er niets aan de hand maar als je geen rekening houdt met zijn grens, wordt hij bang of boos.
- ‘Experimenteren’ met lichaamstaal en persoonlijke ruimtes (bubbels):
Oefening ‘op reis’:
Wat: je gaat op reis met je rugzak en onderweg ontmoet je allemaal andere reizigers. Je bent betovert en hebt tijdens de reis even geen stem. Soms heb je toch zin om de andere reiziger gedag te zeggen, dit doe je zonder praten. Soms kan het ook zijn dat je alleen wil reizen, hoe laat jij dit merken zonder te praten? Probeer maar en kijk of je juist begrepen wordt.
Hoe: Als de muziek begint, gaat elk kind op pad. Als de muziek stopt zoekt elk kind een slaapplek.
Observaties: wie loopt door, wie ontwijkt? Wie wil alleen slapen, wie juist bij elkaar? Hoe drukken de kinderen zich uit?
Evaluatie: Aan het eind van de reis, in een kring, wordt de betovering verbroken en praten jullie na, hoe deze oefening was om te doen. Hoe geeft een hond ook alweer aan dat hij samen wil spelen, geaaid wil worden of juist met rust gelaten wil worden?
Oefening ‘de onzichtbare grens!’:
Wat: Nu ga je ‘voelen’ hoeveel ruimte jij om je heen fijn vindt! Je beeld je in dat je in een zeepbel staat die je zelf groter of kleiner kan maken. Deze onzichtbare zeepbel noemen we ‘je persoonlijke ruimte’. In de zeepbel heb je een soort voelsprieten waarmee je ‘voelt’ of iemand tegen jouw zeepbel aanloopt of zelfs in jouw zeepbel komt. Soms is dit niet erg maar het kan ook zijn dat je voelsprieten aangeven dat het niet prettig is en je liever alleen in je zeepbel staat. Je geeft dan je grens aan.
Hoe: In 2- of 3-tal wordt deze oefening gedaan. 1 kind neemt een plek in de ruimte in en doet zijn ogen dicht. Een van de 2 andere 2 kinderen komt langzaamaan van voren dichterbij. Als het kind met de ogen dicht zijn aanwezigheid ‘voelt’, geeft hij een stopteken met zijn hand. Het kind blijft even stilstaan en vraagt dan of het nog dichterbij mag komen wat met ja/nee beantwoord wordt. Als het genoeg is, doet het kind de ogen open en ziet zijn grens. Er wordt gewisseld van rol. Variatie: ook van achteren benaderen.
Evaluatie: hoe ervaren de kinderen deze oefening? Konden ze voelen wat wel/niet prettig was, wat hun grens was? Is de grens altijd hetzelfde of kan deze verschuiven? Waar heeft dit mee te maken?
3) Levensbehoeften (van een hond)
- Tekenen of zelf (buiten) voorwerpen verzamelen. Als jij hond was, hoe zou jouw leefplek er dan uitzien?
Leermoment: basisbehoeften hond en mens lijken op elkaar (verzorging, dak boven het hoofd, etc. – oftewel :veiligheid, sociaal contact (soortgenoten), voedsel/water, maar ook keuzevrijheid, ontplooiing passie/talent/kunnen doen waar je goed in bent!).
Evaluatie: Wat zijn jouw behoeften, wat vindt jij fijn/niet fijn als je bv. gaat slapen, eten, spelen…?
- Tikspel over hoe honden in de natuur leven (roedelspel; hond heeft eigen taak, doen waar je goed in bent) In dit tikspel zijn er verkenners/jagers die achter de buit aan gaan en er zijn verzorgers en een leider (taak: veiligheid en voorbeeldfunctie). Uitwerking tikspel en try-out filmpjes verderop.
Evaluatie in een kring: Welke type hond wilde je graag zijn? Wat zijn jouw talenten, waar ben jij goed in en wat doe je graag?
- Memory-spel met echte hondenfoto’s waarin de verschillende behoeften en lichaamstaal nog een keer spelenderwijs herhaald worden.
4) Zintuigen
Honden kijken met hun ‘neus’
de belangrijkste zintuigen van de hond :
a. Allereerst zijn neus! Waarom is die neus zo belangrijk voor een hond? (voedsel, geur herkennen veilig/onveilig).
- Zelf ruiken: weet jij wat er onder de bakjes ligt, je ogen zijn dicht!
- Snuffel/zoekspelletje doen met een echte hond; samen iets lekkers of een speeltje verstoppen en zoeken… wat valt je op? Onze neus is minder sterk ontwikkeld dan die van de hond…. wat gebruiken wij voornamelijk? Juist! Onze ogen!
b. Kijk eens door de ogen van een hond…. welke kleuren ziet hij wel/niet?
Baan/parcours lopen met verschillende voorwerpen met verschillende kleuren op de grond/op hoogte (o.a. oranje balletje, etc) met CV Simulation App (Ipad/mobiel). Wat heb je allemaal gezien onderweg? Welke kleur heeft het en had het door de ogen van de hond?
c. Dan de oren…. een hond hoort veel beter dan wij! Probeer maar eens uit, door te fluisteren naar de hond, bv zeg zijn naam, of zit, liggen/af…. Begrijp je dat als wij schreeuwen naar de hond hoe hard dat klinkt aan zijn oren?! Helemaal niet nodig.
d. En dan….. voelen (tastzin)….. wij vinden het heerlijk om een hond, zeker als hij lekker zacht is, te aaien en te knuffelen…. maar vergeet niet, het blijft een levend dier en geen knuffel! Wil elke hond geaaid worden denk je? En welk plekjes vindt hij prettig/niet prettig. Oefenen met knuffeldier (zie ook omgangsregels).
Houd jij van knuffelen en hoe dan?
